Een werkplek is een plek om te werken. Een plek om te werken hoeft niet altijd een werkplek te zijn

Een werkplek is een plek om te werken. Een plek om te werken hoeft niet altijd een werkplek te zijn

Het woord werkplek is een begrip. Dit woord wordt net zoals FTE als eenheid gebruikt en in de veel gevallen zijn de begrippen werkplek en FTE aan elkaar gerelateerd. De relatie tussen die twee staat nu echter onder druk. Er ontstaat scheefgroei omdat een plek om te werken niet meer per definitie een (traditionele) werkplek hoeft te zijn. Voor de goede orde, als gesproken wordt over een werkplek in het grote en kleine kantorenlandschap, bestaat deze van oorsprong uit een bureau, een bureaustoel en bergruimte. Nu wil het dat de traditionele werkplek aan veranderingen onderhevig is en gelijktijdig ook de manier van werken. Daardoor bieden de gebruikelijke rekenmodellen niet meer zoveel houvast. Bij een bestelling van “4 werkplekken” komt met zekerheid de vraag van de leverancier om een nadere specificatie.

Is “een plek om te werken” de nieuwe omschrijving?
Deze vraag raakt gelijk de kern van de nieuwe manier van werken. Gestaag verandert de inrichting van het kantoorlandschap. Deels door ergonomische eisen en ook door nieuwe manieren van werken. Bij een zakelijke reis van Utrecht naar Groningen is de kans groot dat de NS heeft gezorgd voor een plek om te werken, inclusief wifi. Als een medewerker 3 dagen per week thuis gaat werken ligt het wat minder duidelijk. Heeft hij/zij gezorgd voor een functioneel bureau, een verstelbare bureaustoel, bergingsruimte, goede verlichting en internetaansluiting, dan is er sprake van een werkplek. Wordt er gebruik gemaakt van de keukentafel, een stoel met een kussen op de zitting en wifi bereik, dan is het een plek om te werken. Daartegenover kan een loungehoek in het basiskantoor ook een plek om te werken genoemd worden als daar bijvoorbeeld regelmatig een brainstorming wordt gehouden. In feite is de traditionele werkplek een onderdeel van de plek om te werken geworden

Een plek om te werken is niet meer eenvoudig te definiƫren.
De starre werkplek is al verleden tijd. Steeds meer zijn bureaus als werkplek maximaal instelbaar ten behoeve van de gebruiker. Dat kunnen per dag ook nog eens verschillende gebruikers zijn. Acht uur per dag op dezelfde plek werken komt ook steeds minder voor. Het kantoorwerk verspreidt zich over tal van locaties, om maar eens te noemen:

  • De vergaderzaal voor de wat langere bijeenkomsten.
  • De statafel voor korte besprekingen, mede ter afwisseling van zitten.
  • De brainstorm of creatieve ruimte.
  • In de trein bij een wifi aansluiting.
  • De thuiswerkplek die aan de normen voldoet.
  • De plek om thuis te werken zonder ergonomische voorwaarden.
  • De regionale locaties waar men voor administratief werk terecht kan.

Behalve op welke plek er gewerkt wordt speelt nog een andere factor namelijk de kwaliteit van het werk. In de situatie dat iedereen op een vaste locatie werkt is het niet zo moeilijk om de productie en de kwaliteit daarvan te overzien. Dat is minder het geval als deels het werk op andere plaatsen wordt verricht. Daardoor wordt de output, dat wil zeggen de productie binnen de gewenste tijd en kwaliteit, is dan bepalend of het werk naar behoren is verricht. Een uitdaging van zowel leidinggevenden als medewerkers/-sters om daar op een professionele wijze mee om te gaan.